Verwarming heeft al een lange geschiedenis. Mensen, dieren en ook planten hebben de behoefte aan warmte. Te koud moet het niet worden. Waar het in de prehistorie alleen nog vuur en zon waren die ons warm konden houden, zijn er door de jaren (eeuwen) heel allerlei manieren ontwikkeld om warmte te creëren. Leuk om eens te lezen waar de huidige cv-ketel van afstamt? Je leest het hier.

Eerste verwarmingsmethoden

In de prehistorie warmden de mensen zich, meer mogelijkheden waren er niet, aan vuur en aan de zon. De Romeinen waren vermoedelijk de eersten die de vloerverwarming introduceerden; hoewel ook van de Koreanen bekend is dat ze al een soort vloerverwarming hadden, die ze ondol noemden. In de tweede eeuw voor Christus vond de Romein Gaius Sergius Orata het hypocaustum uit, een verwarmingssysteem waarmee hij zijn visvijvers opwarmde via gangen die onder de vijvers doorliepen. Dit systeem werd daarna ook toegepast in openbare gebouwen. Via een houtvuur en onderaardse gangen lieten de Romeinen warme lucht onder de vloeren doorstromen, zodat die vloeren lekker verwarmd werden. De warme lucht stroomde door kanalen van ongeveer zestig centimeter hoog onder de complete vloeren door en zorgde zo voor een comfortabel vloeroppervlak.

Tijd van open haard en kachel

Na de Romeinse tijd werd vooral de open haard een belangrijke manier om het huis te verwarmen. Doorgaans werd er hierbij hout gebruikt om het huis warm te krijgen. De open haard bleef tot de zeventiende eeuw de belangrijkste verwarmingsmethode. In de loop van de zeventiende eeuw raakte de kachel in gebruik. Een kachel kent – anders dan de open haard – een gesloten verwarmingssysteem. Om met een kachel te stoken, gebruikte men turf, hout en steenkool als brandmateriaal. Aanvankelijk deden deze kachels hun intrede in woningen, maar later werden deze ook steeds meer gebruikt in bedrijven en fabrieken. Meer warmte en comfortabele temperaturen betekenden dat het personeel efficiënter kon werken.

Centrale verarmingssystemen

In de achttiende eeuw volgde de centrale verwarming. In 1825 werd in Nederland, voor zover bekend, de eerste cv-installatie aangelegd: in Huis Landfort in Gendringen. De belangrijkste voordelen van centrale verwarming waren het veel grotere gebruiksgemak, de gelijkmatigere verdeling van de warmte en de betere luchtkwaliteit in de verwarmde ruimten. Er ontwikkelden zich allerlei soorten verwarmingssystemen rond centrale verwarmingen, zoals luchtverwarming, stoomverwarming en warmwatersystemen.

Pas na 1965, toen de welvaart toenam en er in Nederland een groot aardgasveld bij Slochteren was ontdekt, konden gewone Nederlanders zich centrale verwarming veroorloven. Voor die tijd was de centrale verwarming alleen weggelegd voor openbare gebouwen, overheidsinstellingen, bedrijven en fabrieken.

Moderne vloerverwarming

Na de millenniumwisseling – na 2000 dus – kwam de moderne vloerverwarming in zwang onder particulieren. Met name de laatste jaren, mede door de zorgen omtrent het klimaat en door de toegenomen welvaart, zijn vloerverwarmingen steeds populairder geworden onder Nederlandse burgers. In combinatie met goede isolatie uiteraard.

Energie besparen met verwarming

Tegenwoordig is het goed mogelijk om vloeren en huizen een stuk efficiënter, energiezuiniger én groener te verwarmen dan onze voorouders konden. Naast isolatie en energie vergelijken en kiezen voor een groen contract en lage energietarieven, zijn er tal van manieren om minder energie te verbruiken. En de mate van gebruik van energie per type vloerverwarming, is daarbij een belangrijk facet om tot de keuze van en goede vloerverwarming te komen. Net als de keuze voor een goed verwarmingssysteem.